Voor de toepassing van deze stedenbouwkundige verordening wordt verstaan onder:
1° bos:grondoppervlakten waarvan de bomen of de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die een of meer functies vervullen,
2° houtwal:een strook verhoogd stuk grond, begroeid met bomen of struiken,
3° houtkant:elke strook grond, inbegrepen taluds, begroeid met bomen of struiken,
4° haag:een lijnvormige aanplanting van houtachtige gewassen met compacte structuur, die meestal door periodieke snoei in vorm wordt gehouden,
5° struweel:vegetatie met min of meer gesloten struiklaag, hoger dan 1,5 meter,
6° beheersplan:een document dat de toestand van een welbepaald gebied beschrijft op het ogenblik dat het plan wordt opgesteld en de handelingen voorziet die in de loop van een beperkt tijdsbestek zullen plaatsvinden, uitgaande van de vooruitzichten en de nagestreefde doelstellingen,
7° huiskavel:de terreinen die ofwel behoren bij de vergunde woning, ofwel bij de vergunde bedrijfsgebouwen en met deze woning of bedrijfsgebouwen een ononderbroken ruimtelijk geheel vormen. De begrenzing van de huiskavel vindt plaats op basis van een duidelijk herkenbaar specifiek gebruik of op basis van een in het landschap duidelijk herkenbaar element,
8° woongebied:volgende bestemmingen
Stedebouwkundige verordening met betrekking tot het vellen of rooien van beplanting.
- woongebied,
- woonuitbreidingsgebied,
- woongebied met landelijk karakter,
9° industriegebied: volgende bestemmingen
- industriegebied,
- gebied voor ambachtelijke bedrijven. en KMO‘s.
Artikel 1
§1. Niemand mag zonder voorafgaande en uitdrukkelijke vergunning van het schepencollege op het grondgebied van de gemeente Diepenbeek, ongeacht de bestemming op het gewestplan of plannen van aanleg:
- bomen welke op 1 meter van de grond een stamomtrek hebben van meer dan 0,5 meter, vellen of rooien, ongeacht of ze alleen staan dan wel in groep,
- houtwallen, houtkanten, hagen of struwelen geheel of gedeeltelijk rooien of omhakken.
§2. Vallen niet onder de bepalingen van deze verordening:
- boomkwekerijen;
- tijdelijke aanplantingen van kerstdennen;
- laagstamfruitbomen;
- bossen waar het Bosdecreet van toepassing is;
- tijdelijke aanplantingen met houtachtige gewassen in uitvoering van de verordening van de Europese Gemeenschap voor wat betreft het uit productie nemen van bouwland;
- bomen, houtwallen, houtkanten, hagen of struwelen, mits aan alle van volgende vereisten voldaan is:
ze maken geen deel uit van een bos, zoals bedoeld in het bosdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten,
ze bevinden zich op de huiskavel van een vergunde woning of bedrijfsgebouw, maar niet langs of op de rooilijn of perceelsgrens,
ze zijn gelegen binnen een straal van maximaal 5 meter rondom de vergunde woning of bedrijfsgebouw,
hun stamomtrek op 1 meter van de grond is niet meer dan 1 meter.
- natuurreservaten waarvoor, conform het Natuurdecreet, een beheersplan werd goedgekeurd,
- gebieden waarvoor een beheersplan werd goedgekeurd in uitvoering van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen of het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten,
- gebieden waarvoor een landschapsplan werd opgemaakt in uitvoering van de wet van 20 juli 1970 van de ruilverkaveling van de landeigendommen, voor de periode begrepen tussen de aanvang van de ruilverkavelingsverrichtingen door het ruilverkavelingscomité en het verlijden van de aanvullende ruilverkavelingsakte, mits het landschapsplan aan de gemeente werd medegedeeld,
- gebieden behorend tot een goedgekeurd BPA waarbinnen de bestemming van de groenelementen wordt gereglementeerd.
Artikel 2:
§1. Met vellen of rooien van bomen en groenelementen, wordt gelijkgesteld, schade toebrengen of deze verminken of vernietigen door ondermeer onoordeelkundig snoeien, ontschorsen, verschroeien, gebruik van scheikundige middelen, inkervingen en het bevestigen van een omheining met nagels, schroeven, krammen of draad.
§2. Met vellen of rooien wordt niet gelijkgesteld de normale snoei.
§3. Indien vee of huisdieren aan bomen en groenelementen schade kunnen toebrengen, dienen deze bomen en groenelementen voldoende beschermd te worden om schade te voorkomen.
Artikel 3: De vergunningsaanvraag voor het vellen of rooien van beplantingen, bepaald in artikel 1 §1, moet gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen met de daartoe ter beschikking gestelde formulieren.
Artikel 4: Aan de vergunning kunnen voorwaarden worden toegevoegd met het doel de groenzones of de aanplantingen aan te leggen en te herstellen, inzonderheid wat de boomsoorten, de hoeveelheid, de kwaliteit en de diameter alsook hun aanlegtrant betreft.
Artikel 5: De inbreuken op de bepalingen van deze bouwverordening worden bestraft zoals bepaald in Titel V van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.