In principe is voor de aanleg van verhardingen een stedenbouwkundige vergunning nodig, behalve voor de aanleg van de volgende verhardingen binnen 30 meter van vergunde woongebouwen en niet in ophoging:
- de strikt noodzakelijke toegangen en opritten naar het gebouw of de gebouwen;
- tuinpaden in de zij- en achtertuinstrook;
- terrassen, voorzover ze niet gelegen zijn in de voortuinstrook, minimum 1 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen verwijderd blijven en in totaal niet groter zijn dan 50 vierkante meter.