Overlijden
Wat?
Het is uitdrukkelijk verboden over te gaan tot de begraving, vormneming, lijkschouwing, balseming, kisting of gelijk welke andere behandeling op het lichaam van de overledene, vooraleer de dood werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, in werkelijkheid de geneesheer die gedelegeerd werd om de overlijdens vast te stellen of de behandelende geneesheer.
De verplichting van de ambtenaar van de burgerlijke stand om het overlijden vast te stellen bestaat niet wanneer er tekens of aanwijzingen zijn van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die zulks laten vermoeden. Het parket van de procureur des konings wordt dan ingeschakeld.
Een overlijden moet altijd binnen de 48 uur aangegeven worden bij de dienst burgerlijke stand van de gemeente waar de persoon overleden is.
Door wie?
Meestal wordt de aangifte gedaan door de begrafenisondernemer, aangesteld door de familie.
Vereiste documenten?
- Overlijdensattest afgeleverd door de geneesheer die het overlijden vaststelde.
- De identiteitskaart en eventueel het rijbewijs van de overledene.
- Eventueel het huwelijksboekje van de overledene.
Als de overledene niet in eigen gemeente gestorven is zijn nog enkele papieren meer nodig:
- Een verklaring van het bestuur van de woonplaats over het al dan niet bestaan van een laatste wilsbeschikking.
- Een doktersattest waarbij een geneesheer verklaart dat het stoffelijk overschot zonder gevaar voor de openbare gezondheid mag overgebracht worden naar het grondgebied van de gemeente waar de begrafenis zal plaats hebben.
- Een toelating tot begraven in de gemeente waar de teraardebestelling zal plaats vinden.
Begraving:
Niemand kan begraven worden zonder toelating van de ambtenaar burgerlijke stand. De begraving mag pas plaatsvinden ten vroegste 24 uur na het overlijden.
Opstellen van de overlijdensakte:
De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand stelt de overlijdensakte op, op voorlegging van een aantal documenten en stuurt een afschrift naar de laatste woonplaats van de overledene.
Er kunnen dus zowel op de plaats van het overlijden als in de laatste woonplaats afschriften van de akte verkregen worden.